Praktijk zuster Dees

Praktijk zuster Dees

Delen

“Begeleiden, inspireren en ondersteunen zodat leerlingen en stagiaires met zorg en aandacht het verschil maken voor ouderen.”

22/09/2026

💍 “Jij hebt mijn trouwring gestolen!”

De stagiaire liep nog maar een paar dagen op de afdeling.

Alles was nieuw.

De bewoners. De collega’s. De rapportages. En vooral leren omgaan met een wereld waarin wat jij ziet en wat een bewoner beleeft soms mijlenver uit elkaar kunnen liggen.

Ze deed haar best.

Zoals je dat doet wanneer je ergens net begint. Misschien zelfs een beetje extra.

Tot mevrouw haar ineens aankeek.

“Jij hebt mijn trouwring gestolen.”

De stagiaire dacht eerst nog dat ze haar verkeerd verstaan had.

“Ik?”

“Ja, jij. Mijn trouwring is weg.”

“Ik heb uw ring echt niet, mevrouw.”

Maar mevrouw wist het zeker.

Zij was nieuw.

De andere gezichten kende ze.

Haar niet.

En haar trouwring was weg.

Dus voor mevrouw was één en één gewoon twee.

Die nieuwe had hem.

Er werd gezocht.

Op het nachtkastje.

In de badkamer.

In de kast.

Onder het bed.

Tussen de kleding.

Nog een keer in de badkamer, want met dementie leer je al snel dat een trouwring op de meest wonderlijke plekken vakantie kan vieren.

Niets.

Tot iemand iets zag bij de buurvrouw.

Daar zat ze.

Met een ring om haar vinger.

Dé ring.

Mysterie opgelost.

Nou…

Nee dus.

Want toen voorzichtig naar de ring werd gevraagd, kwam haar hand meteen dichter naar haar lichaam.

“Die is van mij.”

En ze was niet van plan hem af te doen.

Niet nu.

Niet straks.

En al helemaal niet omdat iemand anders beweerde dat hij van háár was.

Daar stonden we dan.

De eigenaresse wilde haar trouwring terug.

De buurvrouw wist honderd procent zeker dat ze haar eigen trouwring droeg.

En de stagiaire was ondertussen nog steeds hoofdverdachte in een misdaad die ze niet had gepleegd.

Je kunt op zo'n moment blijven uitleggen.

Foto’s erbij halen.

Redeneren.

Overtuigen.

Maar hoe harder wij zouden proberen te bewijzen dat die ring niet van haar was, hoe groter de kans dat zij hem juist zou gaan beschermen.

Dus werd besloten iets te doen wat soms ontzettend moeilijk is in de zorg.

Niets.

Tenminste…

Niets met de ring.

Het onderwerp werd losgelaten.

Niet voor vijf minuten.

Ook niet met de bedoeling om het bij de eerstvolgende kop koffie stiekem nog een keer te proberen.

Gewoon loslaten.

De dag ging verder.

Koffie.

Lunch.

Een activiteit.

Andere gezichten.

Andere gesprekken.

De ring bleef waar hij zat.

En mevrouw die hem kwijt was?

Die moest ondertussen natuurlijk wel gerustgesteld worden.

Niet met de belofte dat hij over tien minuten terug zou zijn.

Wel door serieus te nemen dat ze iets kwijt was wat voor haar veel meer betekende dan alleen een sieraad.

Pas veel later ontstond er een nieuwe kans.

Niet rondom de ring.

Maar rondom iets totaal anders.

Er werden handen verzorgd.

Een beetje crème.

Nagels vijlen.

Een kleurtje voor wie dat wilde.

Gewoon een klein verwenmomentje.

En natuurlijk deden de dames die meededen hun sieraden even af.

Niet omdat één bepaalde ring terug moest.

Maar omdat handcrème en ringen nu eenmaal geen geweldige combinatie zijn.

Ook de buurvrouw deed haar ring af.

Gewoon tussen de andere sieraden.

Geen strijd.

Geen discussie.

Geen:

“Die is helemaal niet van u.”

Voor haar was er niets afgepakt.

Haar handen werden verzorgd.

Er werd gekletst.

En ondertussen kon die ene ring eindelijk terug naar de vrouw bij wie hij hoorde.

Later zat hij weer aan haar vinger.

De stagiaire was daarmee officieel van de verdachtenlijst geschrapt. 😉

Maar wat me vooral bijbleef, was de weg ernaartoe.

Want soms denken wij in de zorg dat we een probleem moeten oplossen op het moment dat het ontstaat.

De ring is weg?

Dan moet de ring terug.

Nu.

Maar bij dementie werkt nu niet altijd mee.

Soms maakt iedere nieuwe poging het probleem alleen maar groter.

Dan is goede zorg juist herkennen:

Hier kom ik op dit moment niet verder mee.

Niet doorduwen.

Niet winnen.

Niet iemand overtuigen van onze werkelijkheid.

Maar het onderwerp even laten rusten.

Een uur.

Een middag.

Misschien langer.

Tot er ergens een ander moment ontstaat waarop dat wat onmogelijk leek ineens bijna vanzelf kan gebeuren.

En misschien was dát wel de mooiste praktijkles voor die stagiaire.

Niet alles hoeft direct opgelost te worden.

Soms moet je een probleem eerst even met rust durven laten.

Om later via een totaal andere deur weer binnen te komen.

In dit geval?

Via een potje handcrème. 😉❤️

Praktijk zuster Dees 15/09/2026

❤️ Zeven maanden samen

“Maar mijn hondje… die mag toch niet bij mij weg?”

Dat was eigenlijk het eerste waar mevrouw zich zorgen om maakte toen duidelijk werd dat thuis wonen niet meer ging.

Niet over haar nieuwe kamer.
Niet over wie haar zou helpen.
Niet over hoe het allemaal moest.

Haar hondje.

Een oud beestje inmiddels. Niet meer zo snel, niet meer zo soepel en eerlijk gezegd paste hij daardoor misschien wel perfect bij zijn baasje. 😉 Ze deden het allebei wat rustiger aan.

Maar ze waren al jaren samen.

Toen mevrouw lichamelijk steeds verder achteruitging, werd haar wereld kleiner. Zelf boodschappen doen lukte niet meer. Het huishouden werd te zwaar. Even naar buiten gaan was niet meer zo vanzelfsprekend.

Uiteindelijk verhuisde ze naar het verpleeghuis.

En haar hondje?

Die verhuisde gewoon mee. ❤️

Dat klinkt misschien als iets kleins. Maar voor mevrouw was het allesbehalve klein.

Want iedere dag moest meneer natuurlijk naar buiten.

En één van die rondjes?
Die bleef van haar.

Rollator mee. Hondje aan de lijn. En daar gingen ze. Niet bepaald in een tempo waarmee je de Vierdaagse wint, maar dat gaf niks. Stapje voor stapje.

Want dit kon ze nog zélf.

De andere wandelingen werden verdeeld. Haar kinderen hielpen, haar kleinkinderen kwamen langs, vrijwilligers pakten een rondje op en als het echt nodig was, sprong een medewerker even bij.

Zo ontstond er vanzelf een heel team rondom één klein oud hondje.

En stiekem natuurlijk vooral rondom mevrouw.

“Hij moet straks nog even naar buiten hoor.”

Dat zinnetje hoorden we regelmatig.

En misschien had híj dat rondje nodig, maar mevrouw net zo goed.

Ze had iets om voor te zorgen. Iets wat van haar was gebleven. Een reden om op te staan, naar buiten te gaan en bezig te blijven.

En als er verder even helemaal niets hoefde?

Dan lag hij gewoon bij haar.

In haar kamer. Dichtbij.

Precies zoals thuis.

Zeven maanden lang.

Tot haar oude maatje steeds zwakker werd.

Op een dag kwam het moment waarvan iedereen wist dat het ooit zou komen. Hij lag bij mevrouw en zij hield hem dicht tegen zich aan. Ze aaide over dat oude koppie, zoals ze dat waarschijnlijk duizenden keren eerder had gedaan.

En daar, bij haar, overleed hij.

Geen groot afscheid.

Gewoon samen.

Tot het allerlaatste moment. ❤️

Ik denk nog weleens aan die zeven maanden.

Want toen mevrouw naar het verpleeghuis verhuisde, moest ze al zoveel achterlaten. Haar huis. Haar zelfstandigheid. Haar vertrouwde leven.

Maar gelukkig niet alles.

Soms denken we bij goede zorg aan grote dingen. Aan behandelplannen, hulpmiddelen, medicatie en alles wat geregeld moet worden.

Maar soms begint goede zorg met één simpele vraag:

Wat mag deze mevrouw absoluut niet kwijtraken?

In haar geval was het antwoord klein, oud, liep het op vier pootjes en moest het drie keer per dag naar buiten.

En juist dát maakte van haar nieuwe kamer een beetje meer haar thuis.

Zeven maanden samen.

Tot het echt niet meer kon. 🐾💙

Praktijk zuster Dees

09/09/2026

❤️ 2000 VOLGERS… EVEN EEN MOMENTJE STIL. ❤️

Toen Dees en Lien begonnen met Praktijk Zuster Dees, hadden we nooit kunnen bedenken dat we op een dag met meer dan 2000 mensen onze verhalen zouden mogen delen. 🥹💙

2000 mensen die een kijkje nemen in onze wereld… Een wereld vol mooie momenten, verdriet, humor, dementie, ouderenzorg, tranen, een lach en vooral heel veel liefde voor de mensen voor wie wij mogen zorgen.

Soms schrijven we een verhaal omdat het ons raakt. Soms omdat we iets onder de aandacht willen brengen. En soms gewoon omdat er op de werkvloer weer iets gebeurt waarvan je denkt: “Dit verzin je toch niet!”

Maar achter ieder verhaal zit een stukje van ons hart. Want ouderenzorg is zoveel meer dan wassen, aankleden, medicatie en rapporteren. Het gaat over mens zijn, gezien worden, luisteren, troosten, vasthouden en er écht zijn. 💙

Dat zoveel mensen met ons meelezen, lachen, geraakt worden en soms zelfs anders naar de ouderenzorg gaan kijken… daar zijn we ontzettend dankbaar voor.

Dus aan alle 2000+ volgers:

BEDANKT. ❤️

Voor iedere like. Iedere reactie. Iedere deelactie. Iedere lieve boodschap. En vooral voor het vertrouwen waarmee jullie iedere keer weer onze verhalen binnenlaten.

Wat begon als een idee van Dees en Lien, is inmiddels een plek geworden waar meer dan 2000 mensen samenkomen.

En eerlijk… 2000 mensen die vrijwillig naar onze zusterpraat luisteren… fantastisch!!!!

En dan hebben we natuurlijk ook nog Instagram. Daar tikken we inmiddels bíjna de 100 volgers aan. 😂 We zeggen maar zo: Facebook is de volle huiskamer en op Instagram kunnen we voorlopig nog allemaal lekker zitten. 😜 Dus mocht je ons daar nog niet volgen… schuif gezellig aan! 💙

Op naar de 3000 dan maar… Want ja, als je eenmaal over de 2000 heen bent, wordt bescheiden blijven natuurlijk een stuk moeilijker. 😂

Dank jullie wel dat jullie er zijn. Dank jullie wel dat jullie ons volgen. En dank jullie wel dat jullie samen met ons de ouderenzorg een gezicht, een stem en vooral een hart geven. 💙

Liefs,

Dees & Lien

08/09/2026

❤️ Meneer Schipper en zijn eindeloze wandeling

Iedere afdeling heeft er wel eentje. Zo’n bewoner die eigenlijk nooit écht zit. Bij ons was dat meneer Schipper. Meneer Schipper had loopdrang. En niet een klein beetje ook. Zodra hij ’s morgens wakker werd, gingen de schoenen aan en begon zijn dag. De ene keer liep hij naar de voordeur. Dan weer naar de huiskamer. Vervolgens een rondje langs de keuken en hup… weer terug. “Waar gaat u naartoe, meneer Schipper?” “Naar huis.” “Maar meneer, u bent thuis.” Hij keek me aan alsof ík degene was die het niet helemaal begreep. “Dan moet ik nog even kijken of alles goed is.” En daar ging hij weer. 😂 In het begin probeerden we hem regelmatig te laten zitten. “Komt u gezellig even bij ons zitten.” “U heeft al zo veel gelopen.” “Gaat u maar even rustig in de stoel zitten.” Maar hoe harder wij probeerden hem te laten stoppen, hoe onrustiger meneer werd. Tot we onszelf de vraag gingen stellen: Waarom moet meneer Schipper eigenlijk steeds lopen? We gingen beter kijken. En toen zagen we het. Meneer liep niet zomaar. Hij was op zoek. Naar huis. Naar zijn werk. Naar iets wat voor hem ooit heel belangrijk was. Zijn lichaam woonde inmiddels in het verpleeghuis… maar een stukje van zijn hoofd leefde nog in zijn oude leven. Dus veranderden wij onze aanpak. We stopten met zeggen: “U mag niet lopen.” En begonnen te zeggen: “Waar moeten we naartoe, meneer Schipper?” Soms liepen we een stukje met hem mee. Soms gaven we hem een klein taakje. Een tafel helpen dekken. De planten bekijken. De krant brengen. Een kop koffie drinken. En soms? Dan lieten we hem gewoon wandelen. Want waarom zouden we iemand met dementie voortdurend proberen te laten leven volgens óns tempo? Als zijn behoefte was om te bewegen, konden wij misschien beter zorgen dat hij dat zo veilig en prettig mogelijk kon doen. Op een ochtend liep meneer Schipper weer richting de voordeur. Ik liep naast hem. “Waar gaan we vandaag naartoe?” “Naar mijn werk.” “Prima meneer. Dan lopen we samen die kant op.” We liepen een rondje. En nog eentje. Bij de huiskamer aangekomen zei ik: “Volgens mij is het tijd voor koffie op kantoor.” Hij keek naar mij. “Dat is goed.” Hij ging zitten. Ik zette zijn koffie voor hem neer. Hij nam een slok, keek me aan en zei: “Goed geregeld, zuster.” En eerlijk? Daar doe je het voor. ❤️ Want dementiezorg gaat niet altijd over iemand terugbrengen naar ónze werkelijkheid. Soms moeten wij even een stukje meegaan in hún werkelijkheid. Niet ieder gedrag hoeft gestopt te worden. Soms moeten we eerst proberen te begrijpen wat iemand ons probeert te vertellen. Achter loopdrang kan een behoefte zitten. Aan beweging. Aan veiligheid. Aan een vertrouwd ritme. Aan een doel. Of simpelweg aan het gevoel dat je ergens naartoe moet. Dus de volgende keer dat meneer Schipper weer door de gang loopt? Dan weet ik het. Ik hoef hem niet altijd terug te brengen naar zijn stoel. Misschien moet ik gewoon even met hem meelopen. ❤️ Want soms is goede dementiezorg niet zeggen: “Waar gaat u nou weer heen?” Maar: “Zal ik een stukje met u meelopen?” En als ik daarna zelf drie rondjes door de gang heb gelopen? Ach… Dan heeft zuster Dees haar beweging ook weer gehad. 😉 ❤️ Zorg begint soms niet met oplossen, maar met begrijpen 💙

01/09/2026

‘Maar het is mijn kindje…’

Mevrouw liep al een tijdje met een baby in haar armen.

Niet zomaar een pop, vond zij.
Het was haar kindje.

Ze wiegde het zachtjes heen en weer, zong af en toe een oud slaapliedje en keek regelmatig bezorgd naar het gezichtje van de baby.

“Hij heeft zeker honger,” zei ze dan.

Of:

“Stil maar hoor, mama is bij je.”

Voor ons was het een herkenbaar beeld bij dementie. Soms komt een oude herinnering ineens weer naar boven en neemt iemand een rol aan die vroeger zo belangrijk was. Het moederschap zat diep in mevrouw verankerd.

Maar haar zoon vond het vreselijk.

“Ze is toch geen moeder meer? Ze is mijn moeder. En dat is gewoon een pop.”

Op een dag liep hij binnen terwijl zijn moeder de baby liefdevol in haar armen hield.

Hij keek ernaar en zuchtte.

“Leg dat ding maar weg, mam.”

Mevrouw keek hem verbaasd aan.

“Maar waarom? Het is mijn kindje.”

“Het is geen kindje. Het is een pop.”

En voordat mevrouw goed begreep wat er gebeurde, pakte hij de pop uit haar armen.

De verandering in haar gezicht was direct zichtbaar.

Haar armen bleven nog even in de lucht hangen.

“Maar… waar gaat mijn kindje heen?”

Ze raakte zichtbaar van slag.

“Mijn kindje… ik moet voor hem zorgen.”

Ze begon te zoeken. De onrust nam toe.

Haar zoon zag het wel, maar bleef bij zijn standpunt.

“Dit is toch niet normaal? Jullie moeten haar niet wijsmaken dat dit haar kind is.”

We probeerden hem uit te leggen dat mevrouw de wereld niet meer beleefde zoals wij die zagen.

Voor haar was de baby op dat moment écht.

Niet omdat ze niet wist wat een pop was, maar omdat haar gevoel belangrijker was geworden dan de werkelijkheid.

“Je kunt haar vertellen dat het een pop is,” legden we uit. “Maar daarmee haal je niet het gevoel weg dat zij moeder moet zijn. Je haalt alleen haar veiligheid weg.”

Dat gesprek was niet meteen klaar.

We spraken meerdere keren met hem.

Over zijn moeder.
Over wie zij vroeger was.
Over hoe belangrijk het moederschap voor haar was geweest.

En vooral over de vraag:

Wat doet het met haar als wij steeds haar werkelijkheid afpakken?

Langzaam begon er iets te veranderen.

Op een middag kwam hij opnieuw binnen.

Zijn moeder zat in de stoel met de baby op schoot.

Hij bleef even staan.

Mevrouw keek naar hem.

“Kom eens kijken,” zei ze trots. “Mijn kindje.”

Hij liep naar haar toe.

Hij keek naar de pop.

Toen naar zijn moeder.

En voor het eerst zei hij niet: ‘Het is maar een pop.’

Hij glimlachte.

“Wat een mooi kindje, mam.”

Mevrouw glimlachte terug.

Ze pakte zijn hand en legde die voorzichtig op het hoofdje van de pop.

“Zie je wel?”

Hij knikte.

“Ja mam. Ik zie het.”

Later vertelde hij ons dat hij het moeilijk vond.

Hij wilde zijn moeder beschermen tegen iets wat volgens hem niet klopte.

Maar hij had begrepen dat het bij dementie soms niet gaat om wat waar is.

Het gaat om wat iemand voelt.

En zolang mevrouw zich veilig voelde, liefde kon geven en gelukkig was met haar baby…

was dat misschien wel het belangrijkste.

De volgende keer dat hij kwam, had hij zelf een klein dekentje meegenomen.

“Voor de baby,” zei hij.

Mevrouw straalde.

“Dank je wel.”

En daar zaten ze samen.

Een moeder met haar baby.

Een zoon naast haar.

En een pop die voor hen allebei inmiddels veel meer was geworden dan zomaar een stukje speelgoed.

Want soms is goede zorg niet iemand terugbrengen naar onze werkelijkheid.

Soms betekent goede zorg dat je even meegaat naar hún werkelijkheid. 💙

27/08/2026

Zuster Dees schrijft gewoon door

Sinds 8 juli ligt Zuster Dees noodgedwongen plat. Niet omdat ze eindelijk vakantie heeft genomen, maar omdat ze bij een scooterongeluk besloot om meteen drie rugbreuken tegelijk te verzamelen. Want als je iets doet, moet je het natuurlijk goed doen. 😂

De bedoeling was simpel: herstellen, rustig aan doen en vooral niet te veel doen.

Maar ja… toen vergat iedereen één belangrijk detail:

Zuster Dees kan niet níét schrijven.

Dus terwijl de rest denkt dat ze rustig ligt te herstellen, ligt ze daar met haar brace, pijnstilling en telefoon binnen handbereik.

“Je moet echt rust houden.”

“Doe ik.”

Tik tik tik tik tik…

“Wat ben je aan het doen?”

“Een verhaaltje.”

“Over je rug?”

“Nee hoor. Over jullie.” 😇

En gelukkig is daar AB’er Carry. Zij heeft inmiddels een volledig Zuster-Dees-zorgsysteem opgetuigd. Medicatie, eten, drinken, kussens, praktische hulp… en vooral: een constante aanvoer van leuke cadeautjes en prachtige kaarten.

Die kaarten zijn helemaal geweldig, want ze zijn geschreven door collega’s. Stuk voor stuk lieve, grappige en persoonlijke berichten. Daardoor ligt Zuster Dees misschien plat, maar ze voelt zich absoluut niet vergeten. ❤️

Carry zorgt dus niet alleen voor de lichamelijke verzorging, maar inmiddels ook voor de mentale bevoorrading.

En die bevoorrading is uitstekend geregeld.

Want zodra er een cadeautje binnenkomt, is de vraag niet meer:

“Hoe gaat het met je rug?”

Maar:

“Wat heb je nu weer gekregen?” 😂

En zo blijft Zuster Dees gewoon schrijven. Over de zorg, over leerlingen, over het leven en over alles wat ze onderweg tegenkomt.

Geen afdeling, geen rondje door het verpleeghuis, geen leerling naast zich…

Maar een bed in de woonkamer.

Met een brace, een telefoon, een berg kaarten en een steeds groter wordende verzameling cadeautjes.

De rug mag dan driedubbel gebroken zijn, haar schrijfdrang is gelukkig nog volledig intact.

Dus voorlopig blijft Zuster Dees gewoon liggen…

en schrijven.

Met dank aan Carry voor de liefdevolle zorg, de collega’s voor alle prachtige kaarten en iedereen die ervoor zorgt dat deze lange herstelperiode toch een beetje gezellig wordt.

Want een mens kan best platliggen.

Maar een echte Zuster Dees?

Die krijg je nog steeds niet stil. ❤️✍️😂

25/08/2026

De dag dat onze grootste criticus met ons meeliep

Iedere zorgmedewerker kent ze wel. Familieleden die uit liefde overal iets van vinden. Zo hadden wij een dochter die haar vader elke dag trouw bezocht. Een lieve vrouw, maar ook iemand die altijd opmerkingen had. “Waarom is zijn overhemd nat?” “Waarom is hij niet net naar het toilet gebracht?” “Volgens mij letten jullie niet goed op.”

En eerlijk is eerlijk… haar vader maakte het ons ook niet makkelijk. Hij had vergevorderde dementie en plaste werkelijk overal. De wc leek voor hem de minst logische plek. De plantenbak, de prullenbak, de voorraadkast, de hoek van de gang… alles kon ineens doorgaan voor een toilet. We grapten weleens dat hij de afdeling persoonlijk aan het ‘markeren’ was.

Op een dag vroegen we zijn dochter of ze een paar uurtjes met ons wilde meelopen. Niet om haar iets te bewijzen, maar zodat ze kon zien hoe een ochtend op de afdeling eruitzag.

Ze zei meteen ja.

Nog geen tien minuten later stond haar vader op. Vastberaden liep hij richting een grote kamerplant. Zijn dochter schoot overeind. “Pap… nee!” Net op tijd.

Vijf minuten later probeerde hij het opnieuw, dit keer bij een prullenbak. Daarna ontdekte hij de linnenkast. Vervolgens vond hij een hoekje in de gang wel geschikt. Ondertussen gingen de alarmbellen van andere bewoners, moest er medicatie worden uitgedeeld, hielpen we iemand met aankleden en had een andere bewoner pijn. Terwijl wij van de ene bewoner naar de andere liepen, bleef haar vader verrassend creatief in het bedenken van nieuwe toiletten.

Na een paar uur liet zijn dochter zich zuchtend op een stoel zakken. Ze keek naar haar vader, die tevreden een kopje koffie zat te drinken alsof hij de hele ochtend niets bijzonders had gedaan.

Ze keek ons aan en zei: “Ik dacht echt dat jullie overdreven. Maar ik heb nog nooit iemand zó vaak ergens anders zien plassen.”

We moesten allemaal lachen.

Daarna werd ze stil.

“Nu snap ik pas wat jullie de hele dag doen. Ik zag alleen mijn vader. Jullie zien een hele afdeling.”

Vanaf dat moment veranderde er iets. Ze bleef een betrokken dochter, maar haar kritiek maakte plaats voor begrip. Ze stelde vragen in plaats van verwijten en bedankte ons steeds vaker voor de zorg die we haar vader gaven.

Soms hoef je mensen niet uit te leggen hoe hard je werkt. Soms hoef je ze alleen even mee te laten lopen. Want goede zorg zit niet alleen in medicijnen of protocollen. Goede zorg zit in het honderd keer opnieuw vriendelijk begeleiden, het voor de honderdste keer een vloer dweilen zonder te mopperen en steeds weer de mens blijven zien achter de dementie.

En weet je… die vloer was de volgende dag vast weer nat.

Maar het wederzijdse begrip bleef.

18/08/2026

De pyjama die nooit won

Op onze afdeling woonde een dame die één ding heel duidelijk maakte: een pyjama kwam haar slaapkamer niet in.

Niet dat we het niet geprobeerd hebben.

Een zachte katoenen pyjama? Afgekeurd.

Een warme flanellen pyjama? Kansloos.

Een keurige nachtpon? Die belandde sneller op de stoel dan dat wij hem hadden aangetrokken.

Iedere avond begon hetzelfde ritueel.

“Kom mevrouw, we gaan u lekker omkleden voor de nacht.”

Mevrouw keek ons aan met een blik die boekdelen sprak. Binnen een minuut had ze haar gewone kleding weer aan. De pyjama verloor elke avond opnieuw de strijd.

Na een tijdje konden we er gelukkig ook om lachen. Volgens mij had mevrouw inmiddels meer nachtkleding dan de gemiddelde kledingwinkel, maar geen enkel exemplaar kreeg de eer om ook echt gedragen te worden.

Toch bleef het knagen. Waarom was dit zó belangrijk voor haar?

Tijdens een gesprek met haar dochter stelden we een eenvoudige vraag.

“Was uw moeder vroeger eigenlijk ook al zo?”

Haar dochter glimlachte meteen.

“Ja… dat is eigenlijk heel logisch. Mijn moeder was meer dan veertig jaar verloskundige.”

Ze keek even naar de foto van haar moeder op het nachtkastje en vervolgde:

“Ze stond dag en nacht klaar voor anderen. Als midden in de nacht de telefoon ging, sprong ze uit bed, trok haar jas aan en reed direct naar een bevalling. Daarom sliep ze altijd aangekleed. Dat is ze haar hele leven blijven doen.”

Ineens werd het stil.

Wat wij wekenlang hadden gezien als koppigheid, bleek helemaal geen koppigheid te zijn.

Het was liefde voor haar vak.

Het was een gewoonte die ontstaan was doordat er ergens een baby op de wereld kwam die niet kon wachten.

Het was een stukje van haar identiteit.

Vanaf dat moment veranderden wij niets meer aan mevrouw.

Iedere avond kreeg ze een heerlijke do**he. Daarna trokken we haar frisse, schone kleding aan en hielpen we haar tevreden haar bed in.

Geen strijd meer.

Geen discussie.

Alleen een glimlach.

En terwijl wij haar instopten, dacht ik weleens: hoeveel baby’s zouden dankzij deze vrouw veilig geboren zijn? Hoe vaak zou zij midden in de nacht de deur uit zijn gegaan terwijl haar eigen gezin bleef slapen?

Soms vergeten we dat de mensen die nu afhankelijk zijn van onze zorg ooit zelf degene waren die voor anderen klaarstonden.

Een bewoner is nooit alleen een bewoner.

Hij was timmerman.

Zij was onderwijzeres.

Hij was brandweerman.

En deze mevrouw…

Die hielp nieuw leven op de wereld.

Sinds die dag kijk ik anders naar gedrag. Achter iets wat lastig lijkt, schuilt vaak een levensverhaal. Als we de tijd nemen om dat verhaal te leren kennen, vinden we soms geen oplossing…

Maar begrip.

En misschien is dat wel de mooiste vorm van zorg die er bestaat.

11/08/2026

🍓 De kracht van een aardbei

Sommige bewoners komen binnen alsof ze al jaren op de afdeling wonen.

Deze meneer was er zo één.

Groot postuur, rap van tong en een overtuigingskracht waar menig autoverkoper jaloers op zou zijn. Hij maakte makkelijk contact, kon ontzettend geestig zijn en wist mensen moeiteloos voor zich te winnen.

En meneer had nóg een talent.

Vrijwel iedere situatie wist hij zo te draaien dat hij er zelf nét wat beter uitkwam. 😉

Hij wist precies bij welke medebewoner hij iets voor elkaar kreeg, welke medewerker gevoelig was voor zijn charme en bij wie hij nog een extra rondje moest inzetten.

En werkte dat niet?

Dan ging hij nét wat groter staan. Stem een tandje steviger, blik erbij.

Voor je het wist stond jíj jezelf te verantwoorden, terwijl híj degene was die werd aangesproken.

Ook een talent. Niet eentje waar wij een certificaat voor uitreikten, maar toch. 😉

Sommige bewoners waren behoorlijk van hem onder de indruk. En eerlijk is eerlijk: sommige medewerkers ook.

Dus moesten we als team goed op één lijn zitten.

Want als collega A "nee" zei en collega B vijf minuten later dacht ach, voor deze ene keer..., wist meneer voortaan precies bij welk loket hij moest zijn.

En geloof ons: dat loket vond hij terug. 😂

Consequent zijn was dus belangrijk.

Maar consequent betekent niet dat je de strijd aangaat.

Met deze meneer moest je vooral níét instappen in een verbaal potje touwtrekken. Voor je het wist stond je twintig minuten later nog te discussiëren en dacht je:

Waar ging dit eigenlijk over?

We gingen hem daarom steeds bewuster directief én empathisch benaderen.

Kort en duidelijk. Niet eindeloos onderhandelen. Wel erkennen wat hij voelde en daarna de grens aangeven.

"Ik zie dat u boos bent. Dit is wat we nu gaan doen."

Want empathisch zijn betekent tenslotte niet automatisch: u heeft gelijk en hier zijn de sleutels van het pand. 😉

Toch waren er momenten waarop de spanning razendsnel opliep.

Vloeken. Tieren. Dreigen. Zich groot maken.

Een stem waarbij zelfs de koffiekopjes dachten: wij bemoeien ons hier even niet mee.

We hadden inmiddels van alles geprobeerd. Meer uitleg, minder uitleg, begrenzen, afleiden... maar zodra meneer eenmaal op stoom was, kwam je er nauwelijks nog tussen.

Dus moesten we hem vóór zijn.

En soms zit een oplossing ineens in iets heel simpels.

Een codewoord.

Geen ingewikkelde zorgterm. Geen therapeutische volzin.

Gewoon:

🍓 Aardbei.

Wanneer wij merkten dat de spanning opliep, zeiden we alleen:

"Aardbei."

Geen preek. Geen discussie. Geen PowerPoint met drie verbeterpunten.

En verhip.

Het doorbrak het moment.

Soms stopte hij. Soms mopperde hij nog wat door. En nee, hij vond echt niet ineens dat wij gelijk hadden. Dat zou wel héél veel eer zijn voor één aardbei. 😉

Maar het woord was bekend. Het hoorde bij een afspraak die we samen hadden gemaakt en kon nét genoeg zijn om uit die oplopende situatie te komen.

En eigenlijk zat daar voor ons de winst.

Niet proberen de discussie te winnen, maar voorkomen dat je er samen steeds verder in verdwaalt.

Duidelijk zijn zonder de strijd aan te gaan. Begrenzen zonder iemand af te wijzen. En vooral als team niet vijf verschillende loketten openen.

Directief waar het nodig is.
Empathisch waar het kan.
Consequent als team.

Soms heb je voor ingewikkeld gedrag geen ingewikkelde oplossing nodig.

Soms heb je genoeg aan één woord.

🍓 Aardbei.

En dát stond weer in geen enkel handboek.

PraktijkZusterDees

04/08/2026

De langste nachtdienst van het jaar

Oud en nieuw.

Voor de meeste mensen een avond van oliebollen, champagne, aftellen en goede voornemens die op 2 januari alweer vergeten zijn.

Voor ons in het verpleeghuis betekende het iets heel anders.

Want op onze afdeling woonde een dame met dementie die ieder jaar doodsbang was zodra de eerste vuurpijl de lucht in ging.

Niet een beetje bang.

Echt doodsbang.

Ze huilde, gilde, trilde over haar hele lichaam en smeekte of het alsjeblieft op mocht houden.

“Ze komen… ze komen weer…”

Door haar dementie leefde ze niet meer in het heden. Voor haar was het geen vuurwerk.

Ze was weer dat jonge meisje in de oorlog.

De knallen waren geen feest.

Het waren bombardementen.

De flitsen waren geen siervuurwerk.

Het waren explosies.

Hoe vaak we ook uitlegden dat het oud en nieuw was, een paar minuten later was ze het weer vergeten. Haar angst bleef. En eerlijk gezegd… dat brak iedere keer opnieuw je hart.

Dus besloten we iets anders te doen.

Niet proberen haar angst weg te praten.

Maar er gewoon voor haar te zijn.

Vanaf een uur of elf haalden we haar uit bed. Lekker warm ingepakt met een dekentje. In haar rolstoel maakten we een rondje over de afdeling.

Ze reed de hele nachtdienst met ons mee.

Tijdens het uitdelen van medicijnen was ze erbij.

Tijdens het koffiezetten was ze erbij.

Zelfs toen we stiekem een oliebol naar binnen werkten, keek ze toe alsof ze wilde controleren of wij ons werk wel serieus namen.

“Volgens mij houdt mevrouw toezicht vannacht,” grapten we zachtjes tegen elkaar.

Heel even verscheen er zelfs een klein glimlachje op haar gezicht.

Maar zodra buiten de eerste harde salvo’s begonnen, kneep ze onze hand stevig vast.

En dan knepen wij terug.

Want soms hoef je geen oplossing te hebben.

Soms hoef je alleen maar te laten voelen dat iemand er niet alleen voor staat.

Ja, het kostte extra tijd.

Ja, het betekende dat we onze route anders moesten plannen.

Ja, het was een drukke nachtdienst.

Maar een vrouw met een oorlogstrauma alleen achterlaten, gillend van angst terwijl buiten de wereld ontplofte…

Dat voelde voor ons nooit als een optie.

Die nacht leerden we opnieuw dat goede zorg niet altijd in protocollen zit.

Soms zit goede zorg in een hand die je vasthoudt.

In een rolstoel die een paar uur extra kilometers maakt.

En in een team dat besluit dat menselijkheid belangrijker is dan de klok.

Want aan het einde van de dienst waren wij misschien moe.

Maar mevrouw had de nacht niet alleen hoeven doorstaan.

En dat was de mooiste jaarwisseling die we haar konden geven 💙

Wilt u dat uw bedrijf hét hoogst genoteerde Schoonheidssalon in Schiedam wordt?
Klik hier om uitgelicht te worden.

Adres


Verzorgende Laan
Schiedam
3114